Een echtpaar vertrekt van Groningen naar Limburg om daar een nieuw bestaan op te bouwen, maar merken hoe moeilijk het is om in een vreemde omgeving te aarden.
Vierde, autobiografische roman van Truus Rozemond (1946). De hoofdpersoon, Truida, vertrekt in 1918 met haar man van het Groningse platteland naar Limburg, waar haar man in de mijnen gaat werken. Truida wordt snel zwanger en krijgt daarna nog vier kinderen, van wie er drie in leven blijven. Truida vindt het leven zwaar en het is moeilijk voor haar om te genieten van haar kinderen of haar man. Bovendien lijdt Truida geregeld aan depressies. Daarnaast hebben zij en haar man last van het feit dat zij als socialistische Groningers moeilijk aansluiting vinden bij de inwoners van het katholieke Limburg. In 1939, als de kinderen uit huis zijn, trekken ze weer naar het noorden en worden eigenaar van een café. De aandacht in de roman verschuift van Truida naar een van haar dochters: Geertje. Zij trouwt in de oorlog met Sam Rozemond. Ze krijgen drie kinderen, maar net als haar moeder is Geertje somber en heeft ze veel moeite met de opvoeding van haar kinderen. De roman eindigt met de begrafenis van Truida, als de familie bij elkaar komt voor het afscheid. De auteur is psycholoog, gespecialiseerd in leerprocessen en werkte aan de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. In 2015 publiceerde ze haar debuutroman 'Een verwaarloosd huis'*. Geschikt voor een breed lezerspubliek.
Nederlands | 9789492241481 | 278 pagina's
| Titel | Weg uit de armoede : Truida's reis |
| Auteur | Truus Rozemond |
| Type materiaal | Boek |
| Uitgave | UtrechtUitgeverij Magonia, [2021] |
| Overige gegevens | 278 pagina's - 21 cm |
| ISBN | 9789492241481 |
| PPN | 434161829 |
| Genre | familieroman - historische roman |
| Taal | Nederlands |