Een verdiepende geschiedenis van de paleontologie. Jelle Reumer beschrijft de ontwikkeling in het denken over de herkomst en betekenis van fossielen door drie eeuwen heen. Aanvankelijk gezien als spontane vormsels van de natuur, werden fossielen later beschouwd als restanten van de Bijbelse zondvloed en nog later pas erkend als restanten van uitgestorven soorten. Reumer bespreekt de nepfossielen van professor Beringer, de zondvloedmens van Johann Scheuchzer, de eerste Mosasaurus uit Maastricht, de uitgestorven zeereptielen die Mary Anning langs de Engelse zuidkust vond, de mammoeten waardoor George Cuvier bedacht dat soorten kunnen uitsterven, een oeros die langs de Eem werd gevonden, de Javamens van Eugène Dubois, en meer. Onderhoudend, inzichtelijk en met kennis van zaken geschreven. Met illustraties, foto's en portretten in kleur en zwart-wit. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Jelle Reumer (Hilversum, 1953) is een Nederlandse bioloog en emeritus hoogleraar paleontologie aan de Universiteit Utrecht. Hij is columnist in Trouw en het radioprogramma Vroege vogels.
Nederlands | 9789088031410 | 414 pagina's
Titel | De reuzensalamander : een geschiedenis van de paleontologie |
Auteur | Jelle Reumer |
Secundaire auteur | Martin Appelman |
Type materiaal | Boek |
Uitgave | [Hilversum] : Uitgeverij Lias, [2024] |
Overige gegevens | 414 pagina's - illustraties - 24 cm |
Annotatie | Met literatuuropgave, register |
ISBN | 9789088031410 |
PPN | 443148759 |
Rubriekscode | 576 |
Taal | Nederlands |
Onderwerp algemeen | Paleontologie; Geschiedenis |
PIM Rubriek | |
PIM Trefwoord | Paleontologie |