Dichtbundel waarin de bedreigde natuur een grote rol speelt.
Liesbeth D'Hoker (1984), die literair actief werd met kritieken en essays over onder meer theater, was uit op een sprankelend poëziedebuut en dat heeft ze nu te pakken. Open haar zes delen tellende eersteling en de onverwachte beeldcombinaties en neologismen springen je tegemoet: wondgrond, blauwadertakken, woekerpoel en ritselbelofte. Deze woorden, in stuwende, eenvoudig lezende zinnen gebed, onderstrepen een fascinatie voor het waarnemen en dat geldt met name de natuur. Niet voor niets was D'Hoker ruim twintig jaar tuinarchitect. Behalve elementen uit de vegetatieve wereld spelen dieren een grote rol. Een greep, al dan niet in uitdrukkingen: zwaan, hond, uil, vis, reiger, paard. In de waaier van thema's steken transformatie, kwetsbaarheid en dreiging maar bovenal de onderlinge verbondenheid van alle vormen van zijn: "we bouwen verzinsels, een tipi van takken, / het mezenpaleis naast het mussenhotel, / een schaal vol maan, want straks / komen de wolven". Dit zijn kortom ambitieuze, met vaart geschreven gedichten over actuele uitdagingen die, ook buiten de poëzie, veel lezers zullen aanspreken.
Nederlands | 9789056553524 | 97 pagina's
| Titel | Want straks komen de wolven |
| Auteur | Liesbeth D'Hoker |
| Type materiaal | Boek |
| Editie | 1e druk; |
| Uitgave | Gent PoëzieCentrum, 2025 |
| Overige gegevens | 97 pagina's - illustratie - 21 cm |
| ISBN | 9789056553524 |
| PPN | 45439263X |
| Rubriekscode | Nederlands 876 |
| Taal | Nederlands |
| Onderwerp algemeen | Natuur; Gedichten |
| PIM Rubriek | |
| PIM Trefwoord | Natuur |