Een jongen groeit op bij zijn grootvader en broer. Door zijn vragen wordt een familiedrama onthult.
Een jongen groeit op bij zijn grootvader en zijn grote broer. Er is geen vader of moeder, geen familie. Ook is er geen verklaring voor het isolement waarin zij drieën leven. De jongen stelt vragen en zoekt zelf antwoorden als hij die niet krijgt van grootvader en broer. Niemand heeft een eigennaam. Ieder wordt aangeduid vanuit het perspectief van het kind. De jongen wordt opgevoed met twee motto's van zijn opa: "we kijken niet achterom" en "we praten niet met de mensen van achter de muur." De muur omsluit het terrein waarop het door opa gebouwde huis staat. Op een afgelegen plek, op een rotspunt die in zee steekt. Wat verborgen moest blijven wordt toch langzaam zichtbaar door het niet aflatende vragen en zoeken van de opgroeiende jongen. Naarmate hij meer te weten komt worden de relaties met de mensen die tot dan onbegrepen rondom hem bewogen, duidelijker. Zoals "de vrouw die huilt" en "de broer" die elk een rol spelen in het drama waar hij zelf ook een belangrijke rol speelt.
Spaans | 9788401037429 | 321 pagina's