David Cohen (1882-1967) was voor de Tweede Wereldoorlog universitair docent oude geschiedenis en een vooraanstaand man in de joodse gemeenschap. Fatsoenlijk, rechtlijnig, gezags- en plichtsggetrouw werd hij in 1941 voorzitter van de Joodse Raad in Amsterdam, die medewerking verleende aan de Duitse bezetters bij de deportatie van joden. Hij probeerde te rekken, te vertragen, totdat er niks meer te rekken viel; in 1943 werd de Joodse Raad opgeheven. Cohen overleefde de oorlog. In deze van een biografische schets voorziene uitgave van zijn in 1956 opgetekende herinneringen gaat de persoon Cohen verborgen achter de gebeurtenissen. Van de eerste anti-joodse maatregelen tot de laatste razzia. Wij kennen de afloop - had hij een vermoeden moeten hebben? Met talrijke verklarende voetnoten, enkel uniek fotomateriaal (in zwart-wit) en een bibliografie.
Nederlands | 9789057305368
| Titel | Voorzitter van de Joodse Raad : de herinneringen van David Cohen (1941-1943) |
| Auteur | David Cohen |
| Secundaire auteur | Erik Somers |
| Type materiaal | Boek |
| Uitgave | ZutphenWalburg Pers, cop. 2010 |
| Overige gegevens | 223 p - ill - 24 cm |
| Annotatie | Uitg. onder auspiciën van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) - Met lit. opg., reg |
| ISBN | 9789057305368 |
| PPN | 322056802 |
| Rubriekscode | 901.2 |
| Taal | Nederlands |
| Onderwerp algemeen | Cohen, David (1882-1967); Memoires ; Joodsche Raad |
| PIM Rubriek | |
| PIM Trefwoord | Cohen |
Prijswinnend historicus Bart van der Boom reconstrueert het perspectief van de Joodse Raad, in een poging te begrijpen hoe goede bedoelingen de weg naar de ondergang hebben geplaveid. De Nederlandse Joden werden tijdens de Duitse bezetting geisoleerd van de rest van de maatschappij, in een getto zonder muren. Dat getto werd bestuurd door de Joodse Raad, die consequent pleitte voor gehoorzaamheid aan Duitse bevelen, ook toen in juli 1942 de deportaties begonnen. De Joden die voor de Joodse Raad werkten werden vrijgesteld van deportatie, totdat in de zomer van 1943 ook zij werden afgevoerd. Het beleid van de Joodse Raad pakte dus desastreus uit, en na de oorlog had niemand er nog een goed woord voor over. 'Joodse Raad' staat tegenwoordig voor het ergste soort verraad - verraad van de 'eigen' mensen, in een laffe poging zelf buiten schot te blijven. Dat oordeel is begrijpelijk, maar niet verhelderend. Tijdens de oorlog konden velen het beleid van de Joodse Raad billijken als de enige mogelijkheid om te redden wat er te redden viel. Vooraanstaande Joodse bestuurders verleenden er hun medewerking aan, ook toen daar nog geen enkel voordeel aan verbonden was. Blijkbaar zagen zij iets wat wij niet zien en andersom [Bron: website uitgever]Historische reconstructie van het perspectief van de Joodse Raad en de keuzes die zij maakten in het beheer van het Joodse getto in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.