"Monorails & Satellites Vols 1 and 2 were recorded in 1966 and released two years later. The subsequent but previously unreleased additional material from those sessions (Vol 3) are now included in this 3-CD set. A 3-LP edition is also available, both of which include liner notes from noted pianist Vijay Iyer, jazz historian Ben Young and producer Irwin Chusid. ther visits include memorable takes on other standards such as "Don't Blame Me" and "Gone With The Wind." Like Thelonious Monk, Sun Ra's interpretations are highly idiosyncratic, full of personality even as they stay close to the melody. You know who the pianist is, what the song is, and you pretty much know where the music is going. Sort of. That's always been the charm of listening to artists who kind of play it straight, but not really. And, like Cecil Taylor, Monk and Ra can be heard as pianist/orchestra conductors of their primary instrument. Everything is there. Which is what makes packages like this so damn interesting." (allaboutjazz)
Bass Communion is de naam waaronder alleskunner Steven Wilson (Porcupine Tree, No-Man, I.E.M.) bezwerende ambient en soundscapes maakt. Vaak solo, soms met hulp van bijv. saxofonist Theo Travis of de Nederlandse groep The Use Of Ashes. Dit is een 'deluxe limited' 4CD-box set met vele Bass Communion-rariteiten, waarvan een flink deel voorheen enkel beschikbaar was op vinyl. Elke disc is gehuld in een mini-LP sleeve verzameld in een hardback slipcase box met een 60 paginas tellend boekwerk vol prachtige foto's die een goed complement vormen bij de verstilde geluidsexperimenten op de CD. Meer dan 4 uur aan muziek met o.a. het eerder alleen als 7" single verschenen "The Vajrayana", een reissue van het album "Pacific Codex", remixes en veel meer moois dat het hart van menig Steven Wilson-fanaat sneller zal doen kloppen. (bron: Tonefloat / Bertus)
"Al 44 jaar zijn ze onderweg, Blixa Bargeld en zijn mannen (van wie bassist/gitarist Alexander Hacke en percussionist N.U. Unruh getrouwen van het eerste uur zijn). Bijna een halve eeuw, waarin de fameuze schroothoop-als-muzikale-bron langzaam werd ingeruild voor een steeds weer anders gerangschikt, subtiel mozaïek van schoonheid en poëzie. Met zo nu en dan nog een luidruchtige oprisping. Rampen is de term die de bandleden onderling gebruiken voor hun live-improvisaties, die de basis vormden voor de plaat. Al hoor je dat nergens aan: los van de teksten klinkt een Neubauten-stuk sowieso nooit alsof het gecomponeerd is. Er is een ritmisch muzikaal thema en dat klimt en klimt, bereikt eventueel een climax en daalt weer af. Of blijft stationair draaiend aan de grond, in een dienende rol, ruimte scheppend voor het dwingende proza van Bargeld. Ook weer op "Rampen", waarop in maar liefst 75 minuten uiteraard te veel gebeurt om hier op te noemen, ondanks het openingsstatement in "Wie Lange Noch?"" (OOR)
In de loop van zijn carrière heeft Canterbury-songsmid Robert Wyatt (ex-Soft Machine), met flinke tussenpozen, tussen zijn albums een stel EP's (ofwel mini-albums, van zo'n 20 à 25 minuten) uitgebracht. Deze stonden veelal echt op zichzelf en zijn hier dan ook op 5 losse schijven verzameld in een boxje. De vaak met tongue-in-cheek-humor ('my newly acquired gimmick of going round in a wheelchair' - dat werk)doorspekte 'liner notes' zijn van eigen hand, met extra uitweidingen door zijn zelden van zijn zijde wijkende Alfie. Het materiaal gaat veelal meer leven na het lezen van die soms ook zeer serieuze notities, zeker in het geval van de experimentele soundtrackmuziek bij de aangrijpende documentaire "Animals", over excessieve vormen van dierenmishandeling. De eerste drie EP's bevatten de nodige bijzondere covers, van o.a. The Monkees' "I'm A Believer", Chris Andrews' "Yesterday Man" en Thelonious Monks "Round Midnight", de derde is gemaakt n.a.v. de VS-inval op Grenada. De laatste bevat eigenzinnige remixen.
Combining Hassell's trademark brand of Fourth World fusion with influences from the then emerging hip-hop scene, "City: Works Of Fiction" (1990) is a landmark release in JH's career. The CD edition is presented as a deluxe 3CD set, alongside a 1989 concert performance of the City group, mixed live by Brian Eno, plus a carefully edited sequence of alternate takes, demos and re-interpretations. The release includes a 26 page booklet. (bron: Burning Shed) Hassells gemuteerde trompetgeluid bouwt voort op Miles Davis' experimentelere, schetsmatige werk uit de seventies en preludeert op Nils Petter Molvaers jarennegentigwerk. De begeleiding laat veel open, heeft naast de esthetiek van jarentachtig-hiphop eigenlijk meer raakvlakken met expermentele Krautrock, met name Holger Czukay's solo-werk (mede door het vergelijkbare basgitaarspel). Ook bij de live-opnamen op schijf 2 klinkt dat door. Op schijf 3 vinden we een bijdrage van 808 State, maar juist niet de remix van "Voiceprint" waar de band een hit mee had.
"De beats, de stemmen, het decor, de elektronica, de songs zelf – alles gaat rigoureus door de shredder of valt in scherven uiteen. Gaat ‘t ondertussen nog over muziek? Dat wel, want die beats, hoe gehavend ook, tikken wel stoïcijns door en tussen de vele in- en uitvoegende geluiden is er regelmatig enige melodieuze houvast. Maar het blijft hoogdrempelige en schetsmatige kunst, die nieuwe muzikale comfortzone van de bijna 71-jarige Gordon: een stapeling van donkere trap- en hiphopbeats, industriële geluidsstormen, zwaar vervormde bassen en natuurlijk die hese, uit duizenden herkenbare praatzangstem. Veel toegankelijker wordt het niet op "The Collective", en ook Sonic Youth was niet eerder zo ver weg in Gordons solowerk: áls hier al een New Yorkse traditie wordt voortgezet, dan die van Suicide (met Dream Dollar als duidelijkste voorbeeld). Ook mooi. Deze veterane heeft nog genoeg toekomst." (OOR)
"Een van de songtitels op dit tweede studioalbum van de Britse singer-songwriter luidt "Better Sorry Than A Safe". Met zijn eerste verbaasde hij vriend en vijand door de prestigieuze Mercury Prize te winnen - niet gek voor iemand die niet zo heel gek lang daarvoor op straat leefde en zijn geld verdiende met muziek maken in de metro's van Parijs. Veilig spelen en de succesformule kopiëren is niet aan Clementine besteed, zo laat "I Tell A Fly" horen. Vooral het eerste deel van het album is een avant-gardistische reis door het creatieve brein van de muzikant, met soundscapes, overdubs en flarden tekst die bij elkaar worden gehouden door fenomenaal pianospel. Het maakt dat "I Tell A Fly", ondanks een aantal prachtige liedjes ("Phantom Of Aleppoville", "Jupiter", "By The Ports Of Europe") zeker geen gemakkelijke plaat is, maar wel een van ongekende schoonheid die alleen maar gemaakt kan zijn door een van de grootste muzikale talenten van dit moment." (Paul Gersen, Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"Om heel eerlijk te zijn is de muziek van Swans niet geschikt om even aan te zetten terwijl je met vrienden op het strand ligt. Zo ook het nieuwe album "Birthing" niet. Swans maakt muziek voor mensen die in hun eentje met een noise-cancelling koptelefoon in een luie stoel op een zolderkamer zitten, weg van de wereld. Grimmig, atmosferisch en boven alles overweldigend. Swans heeft aangekondigd dat "Birthing" het laatste album is met zo’n groots geluid. Hierna zal zanger Michael Gira het rustiger aan doen. Ondanks dat het voor veel fans lastig zal zijn om afscheid te nemen van deze stijl, is "Birthing" een waardig afscheid. Je merkt op "Birthing" dat het een einde van een tijdperk is voor Swans. Het is tijd voor de geboorte van een nieuwe tijd. Michael Gira gaat zichzelf, samen met zijn band, opnieuw uitvinden. Hoe dat er uit gaat zien is nog een mysterie, maar één ding is zeker: "Birthing" is een steengoede toevoeging aan het, onder de kenners legendarische, repertoire van Swans. (Nieuweplaat.nl; 8 uit 10)
"Anna Michaela Ebba Electra von Hausswolff kennen we van bombastische gotische rock. De Zweedse voegt met All Thoughts Fly een bijzondere loot aan haar oeuvre. De plaat is volledig instrumentaal en gespeeld op een pijp orgel; zon majestueus instrument in oude kerken. Op dat orgel worden composities uitgevoerd van Von Hausswolff, geïnspireerd op een tuin in Italië dat Sacro Bosco heet. Die tuin is in de 16de eeuw aangelegd en staat vol met sculpturen van mythologische figuren. Het verhaal gaat dat de tuin is aangelegd in opdracht van Pier Francesco Orsini die er mee het verdriet van het verlies van zijn echtgenote probeerde te verwerken. De titel All Thoughts Fly verwijst naar de verbeeldingskracht waarmee de tuin is vormgegeven. En de plaat? Kippenvelverwekkende klanken in slepende statige composities, voer voor goths, liefhebbers van modern klassiek én kerkgangers tegelijk. Om gewoon een keer in een gekke bui keihard te draaien met een goed glas rode wijn." (MuziScene)
Vierde album van de band, nu weer met (zij het kortstondige) stabiele bezetting. We spreken van de MkII-opstelling. Baas Robert Fripp (gitaar, composities) is het enige oorspronkelijke lid, de groep bestaat verder uit Mel Collins (saxofoon, later te horen bij, onder veel meer, Camel en Dire Straits), Boz Burrell (bas, later in Bad Company) en Ian Wallace (drums, speelde later met velen). De muziek is weerbarstiger geworden, grilliger ook, met zowel invloeden uit modern-klassiek als (impro-)jazz. De meeslependheid van vroege stukken als "Epitaph" hoor je wellicht nog het meest terug in het titelnummer. Een album dat zich door z'n grilligheid niet zo 1,2,3 prijsgeeft, maar daardoor misschien juist intrigerender is, al haalt het niet het niveau van de drie volgende albums van de MkIII-bezetting (met Wetton, Bruford en Cross). Deze uitgave is geheel geremixt en geremasterd door Steve Wilson. Die maakte ook een 5.1-mix (zie de DVD). Verder bevat de CD alternatieve versies en een niet eerder uitgebracht nummer.
"Nu het Talking Heads-oeuvre voorbeeldig is heruitgebracht, mag deze revolutionaire schakel niet ontbreken. Voorzien van uitgebreide liner notes en met 7 extra tracks die, aldus Byrne, eigenlijk op het originele album hadden moeten staan maar vanwege de beperkte vinylcapaciteit niet pasten. Het album sloeg in als een bom. Allerhande found footage van radiodialogen, TV-evangelisten, duiveluitdrijvers, predikanten en de Libanese zangeres Dunya Yunis werd voorzien van dezelfde bezwerende mix van funk, pop, avant-garde en Afrikaanse ritmiek die ook "Remain In Light" tot zon baanbrekende plaat maakte. Het duo werkte ook grofweg met dezelfde gastmusici als bij Talking Heads rond die tijd plus o.a. producer/bassist Bill Laswell en avant-gardist Robert Fripp. Het leidde tot een plaat die weliswaar stukken broeieriger, donkerder en angstaanjagender uitpakte dan Talking Heads, maar de manier waarop de uiteenlopende componenten als organisch geheel in elkaar grijpen, blijft woest fascinerend." (Erik vd Berg, Oor)
Onze website en deze zoekfunctie is vernieuwd en we werken er op dit moment hard aan om de laatste puntjes op de i te zetten. Mis je bepaalde functionaliteiten, dan vind je hieronder tijdelijk nog de link naar oude zoekfunctie.