"Georg Philipp Telemann is typisch een componist die heeft geprofiteerd van de opkomst van de oude-muziekbeweging. Tot ongeveer 1970 waren van zijn muziek nauwelijks opnamen te krijgen en de weinige die er waren noodden niet bepaald tot nadere kennismaking, omdat Telemanns werk daarin als een soort bleke afspiegeling van Bach, Vivaldi en andere tijdgenoten werkte. Deze uitvoering wist als een van de eerste dit repertoire te brengen met de levendigheid en de zwier die deze muziek niet kan ontberen. De uitvoerenden kunnen goed overweg met zowel de typisch Franse als de Italiaanse kenmerken van deze ouvertures en weten door de goede typering van de individuele delen te voorkomen dat deze muziek de ‘middle-of-the-road’-indruk maakt die uitvoeringen van Telemanns werk zo lang parten heeft gespeeld." (Muziekweb)
"Sterviolist Isabelle Faust wijdt haar nieuwste album aan barokcomponist Georg Philipp Telemann. Wat een eindeloze fantasie en sprankelende virtuositeit spreekt uit zijn vioolmuziek, en evenzeer uit de dynamiek tussen Faust en de Akademie für Alte Musik Berlin. Neem de Oeverture-suite TWV 55:h4, die opent met deftige pasjes en eindigt langs kwieke dansen in een furieus ontsporende finale. Faust is hier niet bang om opzettelijk krasserig – en toch griezelig precies – te strijken. Ze houdt zich ook niet in als een somber adagio om onverdunde emotie vraagt, uitgedrukt in romige tonen en dikke trillers. In razendsnelle passages lijkt haar spel haast gewichtloos. Telemanns geestige kant wordt ook uitstekend gediend, in een suite voor twee violen geïnspireerd door de satirische roman Gullivers reizen (met concertmeester Bernhard Forck) en het charmant kwakende en huppende vioolconcert getiteld De kikkers." (Volkskrant: 4 uit 5 sterren)
"Ensemble La Rêveuse verrast keer op keer met albums die nieuw licht werpen op het Britse muziekleven van de barok. Na albums als London circa 1700 rondom Henry Purcell en London circa 1720 over de muzikale erfenis van Corelli, staan op London circa 1740 musici centraal met wie Georg Friedrich Händel graag samenwerkte. Händel was op dat moment de ‘leading man’ in de Londense muziekscene en zette zijn internationale netwerk in om de beste musici naar de Britse hoofdstad te halen. Zo vinden we de Duitse fluitist Carl Friedrich Weidemann, de Italiaanse hoboïst en fluitist Giuseppe Sammartini en violist Pietro Castrucci in Händels operaorkest. Naast stervirtuozen waren deze heren ook uiterst bekwame componisten. La Rêveuse laat horen dat hun soloconcerten en sonates de vergelijking met Händels eigen muziek makkelijk kunnen doorstaan. (...)" (JWvR, Muziekweb)
De in Bologne geboren Lorenzo Gaetano Zavateri (1690-1764) zal voor de meeste muziekliefhebbers een totaal onbekende figuur zijn. Toch was hij in zijn tijd een gewaardeerd violist en componist. Als violist was hij een leerling van Torelli. Zavateri maakte diverse tournees door het noorden van Italie. In 1713 werd hij violist aan de San Petronio in Bologna. Zavateri publiceerde in 1735 zijn opus 1: de "Concerti da chiesa, e da camera...". Deze concerti vormen een inventief voorbeeld van de nadagen van het Italiaanse concerto grosso. De gezaghebbende muziektheoreticus Padre Martini van Bologna prees deze concerti met de woorden "geraffineerde intelligentie". De "Concerti da chiesa, e da camera..." zijn op cd uitgebracht in een uitvoering van het Freiburger Barockorchester onder leiding van Gottfried von der Goltz, die tevens de vioolsolo voor zijn rekening neemt. (H.J.)(muziekweb.nl)
"(...) Voor de verjaardag van de prins op 9 juni 1723 componeerde hij de charmante Serenata Freudenbezeugung der vier Tageszeiten voor vier solisten en een extreem kleurrijk en weelderig orkest. Met Aurora (de ochtend), Phoebus (de middag), Hesperus (de avond) en Cynthia (de nacht) lijken de godheden van de vier tijdstippen van de dag eer te bewijzen aan de heerser. Het programma van deze opname met L’Arpa Festante wordt aangevuld met een al even kleurrijke vierdelige Fantasia, die bewaard is gebleven in Dresden en ongebruikelijk genoeg drie verschillende solistenbezettingen vraagt: eerst 2 hobo’s, dan 2 dwarsfluiten; de laatste twee delen lijken een eerste versie van Faschs concerto voor chalumeau (een familielid van de klarinet). Alle werken op deze opname zijn wereldpremière opnamen en dus een belangrijke toevoeging aan de steeds groeiende Fasch discografie." (klassiek-centraal.be)
"Jean-Philippe Rameau was een van de belangrijkste barokcomponisten in het algemeen en van de Franse componisten in het bijzonder. Hij was niet alleen organist, klavecinist en muziekpedagoog maar geldt als een zeer belangrijk muziektheoreticus wiens invloed tot op de huidige dag doorwerkt. Naast Jean-Baptiste Lully werd hij als hoofdrepresentant van het ancien régime gezien. Zijn omvangrijk muziektheoretisch oeuvre is de basis voor de functionele harmonieleer." (Wikipedia)
"Het Combattimento Consort speelde onder artistiek leider Jan Willem de Vriend muziek uit de periode van 1600 tot 1800, waarbij een voorkeur lag bij de minder bekende componisten. Gezien het repertoire werden concerten in kleine en middelgrote bezettingen gegeven, maar ook stonden oratoria en opera's op het repertoire. In tegenstelling tot veel moderne ensembles die oude muziek uitvoeren op "historisch instrumentarium" oftewel replica's daarvan, speelde dit ensemble op moderne instrumenten. Musica ad Rhenum is een Nederlands ensemble voor barok- en klassieke muziek , opgericht in 1992 en gevestigd in Amsterdam , bedreven in historisch geïnformeerde uitvoeringen , d.w.z. uitvoeringen op historische instrumenten (of kopieën van historische instrumenten)." (Wikipedia)
Dit album dankt zijn titel 'Beauté barbare' aan Telemann die de muziek die hij ontdekte tijdens een reis naar Opper-Silezië in 1705 beschreef als bestaand 'in zijn ware barbaarse schoonheid'. Bedoelde hij 'wild'? 'Exotisch'? In ieder geval was de componist gefascineerd: 'Een aandachtige waarnemer kon van [die musici] in acht dagen genoeg ideeën verzamelen om een leven lang mee te gaan.' François Lazarevitch, een even gepassioneerd bewonderaar van volksmuziek, (...), heeft dit wild wervelende programma bedacht dat Telemann (Concerto Polonois) en Oost-Europese Roma-muziek uit de achttiende eeuw mengt, dankzij een verzameling dansmelodieën uit 1730 die hij heeft opgegraven. 'Wat voor ons als barokartiesten interessant is, is om in de stukken 'kunstmuziek' alles te vinden wat niet is opgeschreven, namelijk de energie en 'swing' van de volksdansen. Ik hou ervan dat de muziek die we spelen niet klinkt als oude muziek', zegt de fluitist en oprichter van Les Musiciens de Saint-Julien, (...) https://outhere-music.com
De violist, organist en componist Pieter Hellendaal werd in 1721 geboren in Rotterdam. De familie verhuisde naar Utrecht, waar de tienjarige Pieter organist van de Nicolaïkerk werd. In Italië kreeg hij les van Tartini. Ondanks zijn kwaliteiten had Hellendaal moeite om in ons land een bestaan op te bouwen. Hij week uit naar Londen, waar de Italiaanse muziek populair was. De popsterren van de Italiaanse rage waren Corelli (die overigens nooit in Londen is geweest), Geminiani en Händel. Aanvankelijk rolde Hellendaal van de ene schnabbel in de ander. Zo speelde hij tijdens de pauzes van Händels theaterwerk Acis and Galatea. In 1758 publiceerde hij zijn enige reeks orkestwerken, de fraaie Concerti Grossi van deze cd, die te vergelijken zijn met de Concerti Grossi op.6 van Händel. Pas in 1762 vond Hellendaal vastigheid in Cambridge als organist en leraar. (HJ)|
Internationaal geprezen fluitist Ashley Solomon en Florilegium presenteren The Spohr Collection, Vol. 2. Ashley Solomon zegt: "De mogelijkheid om originele fluiten uit de 18e eeuw te spelen is een zeldzame gebeurtenis. Wanneer de kans zich voordoet, moet deze onmiddellijk worden gegrepen!' (...) Deze nieuwe release, Spohr Collection, Vol. 2, bevat zes fluitconcerten uit de 18e eeuw op zes unieke fluiten; sommige gemaakt van ivoor, verschillende houtsoorten (buxus en ebbenhout), en een van porselein en goud. Elk instrument is gekoppeld aan repertoire uit dezelfde periode waarin het oorspronkelijk werd gemaakt en bespeeld. Dit biedt een unieke inkijk in de wereld van de fluitvirtuoos in de 18e eeuw. Deze concerten van Vivaldi, C.P.E. Bach, Quantz, Leclair, Blavet en Woodcock nodigen de luisteraar uit om de rijke klankwereld te ervaren die elk van deze originele fluiten uitstraalt. (Native DSD)
Music for a royal banquet!. Mid-1770s Versailles was immune to the revolutionary ideas already brewing in Paris. A succession of weddings was arranged to ensure the continuity of the throne, post-Louis XV: the Duke of Berry (1770), the Count of Provence (1771) and, germane to our purposes today, the Count of Artois (1773) - Louis XVI, Louis XVIII and Charles X respectively. It is the “Sinfonie du Festin Royal de Monseigneur le Comte d”Artois Année 1773” we hear here, in superb performances recorded at Versailles itself. (classicalexplorer.com)
Ontleend aan Royers operawerken – en (met uitzondering van een live versie van Pyrrhus) nooit eerder opgenomen – onthullen deze choreografische stukken een nieuw facet van de componist. De genialiteit en virtuositeit van zijn klavecimbelcomposities zijn bekend; hier ontdekken we zijn gave voor verfijning en lyriek. Deze dansen tonen Royers unieke gevoel voor harmonie en fijn gebruik van orkestrale contrasten, evenals een bijna grillige retoriek van het onverwachte. Enkele van zijn bekendste stukken, waaronder de beroemde "Mars van de Scythen" uit Zaïde, zijn hier in hun orkestvorm te horen. (lestalenslyriques.com)
Onze website en deze zoekfunctie is vernieuwd en we werken er op dit moment hard aan om de laatste puntjes op de i te zetten. Mis je bepaalde functionaliteiten, dan vind je hieronder tijdelijk nog de link naar oude zoekfunctie.