"Joe Bonamassa begint zijn optredens altijd precies op tijd en dat zegt wel iets over zijn karakter: hij is een man met zelfdiscipline. En eentje die respect heeft voor zijn fans. Ook op platengebied stelt deze Noord-Amerikaan van Italiaanse afkomst nooit teleur. Dat komt vooral door de passie en het gitaarvuur waarmee hij bijna elk nummer een extra dimensie geeft. Op dit album is dat niet anders. De spanning in elk liedje wordt zorgvuldig opgebouwd en eindigt in een explosieve gitaarsolo waarin de man met de rappe vingers zich ontpopt als een van de beste rockartiesten van deze tijd. Bonamassa is natuurlijk geen bluesmuzikant in de strikte zin van het woord, maar ook op "Breakthrough" hoor je nog altijd de invloeden van B.B. King, Stevie Ray Vaughan en Jeff Beck terug. Mannen die Bonamassa vanaf z'n jeugd heeft bewonderd en die hem uiteindelijk hebben gemaakt tot de muzikant die hij nu is." (Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"De opener "A Little Bit Of Freedom" verrast met maatschappijkritische teksten, maar zodra na ruim een minuut Trowers karakteristieke solo losbarst, weet je: hij is nog steeds in topvorm. Zijn dromerige kant overheerst, met trage, psychedelische blues op nummers als "Capture The Life Begun", "Take This Hurt Away" (Trowers eigen James Bond-nummer), en het melancholieke "Come And Find Me". Met subtiele funk in "One Go Round" en de stevige drive van "I Fly Straight To You" blijft hij trouw aan zijn stijl. Hayes schittert in het Cream-achtige "Tangled Love", terwijl het krachtige "Without A Trace Trower" richting zwaardere, maar nog altijd bedachtzame gitaarpartijen stuurt. Op het eerste gehoor lijkt "Come And Find Me" een degelijke, ingetogen Trower-plaat. Maar wie vaker luistert, ontdekt gelaagde melodieën en gitaarwerk dat zijn hoge standaard blijft waarmaken. Trower heeft nooit geleund op snelheid of spektakel, maar op toon en timing. Die kwaliteiten blijven zijn muziek dragen." (Real Roots Café)
"Het licht markeert het leven in de meest noordelijke landen van ons continent, vrij letterlijk. De mensen wachten op de zomer, als de duisternis eindelijk wordt teruggedrongen. Thorbjørn Risager gebruikt het als beeldspraak voor het innerlijke licht: de duisternis overwinnen en wachten tot het licht weer aangaat, de donkere gedachten verdrijvend zodat er weer plaats is voor optimisme. Alleen dan ga je door, dat optimisme moet het uiteindelijk winnen van alles dat het leven zo zwaarmoedig maakt. Het is een positieve boodschap en daarom is "Inner Light" ook een lekkere, funky plaat geworden, inclusief energieke blazers. Het is als single een fijne introductie voor het album "House of Sticks". "Said I Was Hurt" is dan weer een prachtige ballad waarin Risager echt hartverscheurend klinkt: hier wordt waarlijk een ziel blootgelegd. 'It’s alright, I feel good, gonna hold my head up high, we’re gonna make it,' stelt Risager in "We’ll Get By". Dat we er maar lang getuige van mogen zijn." (Maxazine; 9 uit 10)
“Het negende album ‘Can You Stand The Heat’ van Ana Popovic is veel meer dan een bluesalbum. Het is een zeer geslaagde mengeling van blues, soul, rock, funk en jazz. Zonder uitzondering zijn alle nummers op deze gedurfde CD meer dan uitstekend. ‘Standaard’ bluesnummers zijn op deze schijf niet te horen, wel origineel ‘groovy’ en soulful bluesy werk. Als je bijvoorbeeld naar het intro van “Boys’ Night Out” luistert dan verwacht je gewoon de stem van James Brown te gaan horen, zo authentiek klinkt het met die blazers, het (soul) gitaarwerk en de stuwende baslijnen. Op “Hot Southern Night”, dat ze samen met haar echtgenoot schreef, speelt Lucky Peterson mee. Een heerlijke shuffle met soulfulle zang van Ana en Lucky Peterson. En messcherp gitaarwerk van Ana! Luister naar deze CD en je waant je in het zuiden van de Verenigde Staten waar de avonden warm en lang zijn en de nachten kort. Feel the groove! Ana is dieper gegaan dan ooit tevoren. Een meesterwerk! (Blues Magazine)
"Zijn geluid was uniek, zijn snaarbehandeling, de emotie die hij verklankte met zijn vingers. Zó gevoel laten horen via snaren, die laten spreken alsof ze een directe lijn hadden met zijn gevoel of met zijn ziel, dat was -en is- er slechts weinigen gegeven. Het titelnummer van zijn blues-doorbraakalbum, "Still Got The Blues", laat zijn doorleefde stem klinken, juist ook met dat rauwe randje dat hem kenmerkte en dat juist daardoor meer authenticiteit meekrijgt. Zijn spel in datzelfde nummer is doorspekt van emotie, je hoort wel ook dat zijn vingers soms over de frets vliegen om de prachtige partijen over het voetlicht te brengen. Moore live was, dat hoor je hier goed, bloed, zweet en tranen. Hij hield zich niet in, gas erop en gaan en had ook een band om zich heen die de nummers met hem kon laten staan als een huis. Ben je fan van Thin Lizzy, dan is het smullen om deze versie van "Don’t Believe A Word" te horen". (Written In Music; 4,5 uit 5 sterren)
"Blues en bluesrock hadden wellicht niet hetzelfde geklonken zonder de Texaanse bluesgitarist en -zanger Freddie King. Eric Clapton, Peter Green, Stevie Ray Vaughan… allen leenden zij hun jankende solostijl van de in 1976 overleden King. Dat geldt natuurlijk ook voor de latere generatie, met namen als Joe Bonamassa en Popa Chubby, die via Clapton, Green en Vaughan uitkwamen bij King. Op "I Love Freddie King" viert Chubby de godfather van de bluesgitaar met een album vol uitbundige Texas bluesrock. Het mag niet verbazen dat hij reeds in het openingsnummer "I’m Going Down" bijstand krijgt van Bonamassa en de twee supergitaristen zich laten gaan in een heerlijk jankend duel. Een droomplaat voor liefhebbers van de ruige bluesgitaar en luchtgitaristen." (Tip op Muziekweb)
"Op "Heavy Soul" keert Shaw Taylor weer enigszins terug naar haar roots. Ze noemt de muziek op "Heavy Soul" ‘a fusion of contemporary soul-pop and roots music’. Daartoe nam ze de bekende producer Kevin Shirley in de armen. De titel "Heavy Soul" dekt de lading dan ook behoorlijk op dit album. Openingstrack "Sweet ‘Lil Lies" is nog vooral energieke soul-pop en ook in Joan Armatrading’s "All The Way From America" horen we nog weinig blues/roots- invloeden. Maar dat verandert in "Black Magic", dat vooral energieke soul-blues is met mooi slidegitaar- en pianowerk. En ook "Drowning In A Sea Of Love" is een terugkeer naar de soulroots. De song, geschreven door de grondleggers van de Philly Soul, Gamble & Huff, krijgt een knallende soul-uitvoering. Al met al heeft Joanne Shaw Taylor met "Heavy Soul" een fraai album gemaakt dat haar status in de Verenigde Staten ongetwijfeld zal versterken." (Blues Magazine)
"Als zangeres legt Samantha Fish op "Paper Doll" de lat bijzonder hoog voor zichzelf. Dat wil zeggen, ze klinkt nu beter dan ooit tevoren, maar dan zal ze er straks wel moeite mee krijgen om dat niveau te handhaven op het podium. Daar willen haar vocale tekortkomingen nog wel eens pijnlijk geëxposeerd worden, wat ze dan probeert te camoufleren met overschreeuwen. En je kunt niet alles compenseren met de poses van de 'tough chick'. Als gitarist heeft ze daarentegen niemand meer iets te bewijzen, zoals ze hier met name aantoont in de ronduit orgastische solo die "Sweet Southern Sounds" afsluit. Dit is het eerste album dat Fish met haar tourband heeft opgenomen en zoiets kun je altijd horen. De muziek heeft de organische stootkracht die je alleen kan kweken met lieden wier gedachten je inmiddels kunt lezen en die dus volledig op elkaar ingespeeld zijn. Dat komt vooral de met een koortje afgeroomde hekkensluiter "Don't Say It" te goede." (Lust For Life)
"Fan en verzamelaar zijn van meestergitarist Joe Bonamassa is over het algemeen geen goedkope aangelegenheid. De man staat erom bekend in rap tempo nieuwe releases, hetzij studiomateriaal dan wel live albums uit te brengen. Dan ligt natuurlijk overdaad en overbodigheid op de loer maar gelukkig is daar bij deze artiest zelden sprake van. Joe's debuut in de legendarische Hollywood Bowl is er een om je vingers bij af te likken. Heerlijke uitvoeringen van onder andere Last Curtain Call, Sloe Gin en de vooruitgeschoven single "Twenty-four hour blues" krijgen een extra dimensie door de ondersteuning van een 40-koppig orkest welke een fantastische toevoeging aan de nummers biedt. Met deze toevoeging aan zijn reeds omvangrijke discografie bewijst Bonamassa onomstotelijk tot de allergrootste bluesgitaristen aller tijden te behoren. Het is een dure bezigheid om het oeuvre van deze man compleet te houden, maar dit is verplichte kost!" (Platomania)
"Julian Sas viert met "Miles And Memories" zijn dertigjarig jubileum als professioneel zanger en gitarist en in die periode groeide hij uit tot een vaste waarde binnen de de internationale bluesrock. Hij markeert die mijlpaal niet met een liveplaat of een obligate compilatie, maar met een album met acht splinternieuwe composities. In het titelnummer blikt hij terug op de jaren die achter hem liggen. De rest van zijn songs bevatten meer persoonlijke roerselen of milde maatschappelijke observaties. Het Hendrix-achtige "Getting Thougher Every Day" is een sterk voorbeeld van dat laatste. Alles is verpakt in de robuuste bluesrock waar Sas bekend mee werd: rauwe zang, stevige tempo's en zijn als altijd fenomenale gitaarspel. Het is een van de meest spontaan en energiek klinkende platen van Julian Sas tot nu toe. Het jubileumalbum laat daarmee boven alles horen dat de muzikant en zijn band zicht blijven ontwikkelen. Ook na dertig jaar." (Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"Simon McBride is voor Deep Purple een ware aanwinst gebleken, zoals het voortreffelijke album "= 1" mocht aantonen. De Ierse gitarist hurkt qua stijl en toon dichter tegen Tommy Bolin dan Ritchie Blackmore aan. De compilatie in kwestie bevat opnames die de route naar het Purple-lidmaatschap documenteren. Relatief veel covers, waaronder de Free-klassieker "The Stealer" van zijn puike laatste soloplaat "The Fighter" uit 2022. "Kids Wanna Rock" van Bryan Adams klinkt ongeveer zoals je zou verwachten, maar Duran Durans "Ordinary World" en Mr. Misters "Uniform Of Youth" winnen aan bijtgrage tandjes. Als vocalist ontbeert McBride soms de overtuigingskracht die iedere noot uit zijn gitaar wel communiceert, maar dat heeft bijvoorbeeld een met aanmerkelijk beroerdere stembanden uitgeruste Ace Frehley ook nooit in de weg gezeten. "Lovesong" en de uiterst geslaagde interpretatie van "Ordinary World" suggereren zelfs dat hij vaker ballads zou moeten zingen." (Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"The album Beck-Ola, released in June 1969, was Jeff Beck Group's second album. Beck was reacting to the success of peers and competitors like Cream and Led Zeppelin here, bands that had been all over the charts with a hard rock sound soon to be dubbed heavy metal, and indeed, his sound employs much the same brand of "heavy music" as theirs. But he was also preparing listeners for the weakness of the material on an album that sounds somewhat thrown together. Two songs are rehauls of Elvis Presley standards ("All Shook Up" and "Jailhouse Rock") and one is an instrumental interlude contributed by pianist Nicky Hopkins, promoted from sideman to group member. But that doesn't detract from the album's overall quality, due both to the guitar work and the distinctive vocals of Rod Stewart, and Beck-Ola easily could have been the album to establish the Jeff Beck Group as the equal of the other heavy bands of the day." (Allmusic)
Onze website en deze zoekfunctie is vernieuwd en we werken er op dit moment hard aan om de laatste puntjes op de i te zetten. Mis je bepaalde functionaliteiten, dan vind je hieronder tijdelijk nog de link naar oude zoekfunctie.