"De studioplaten zijn natuurlijk grotendeels ook leuk maar live op een podium is de plek waar Ty Segall zich het best kan uiten. Een live lp is de manier om die energie enigszins thuis na te apen dus hier is er weer eentje. ‘The Freedom Band in full bloom, upending numbers from the Segall discography and bookending the Gobline xperience with a shit-fuck of an exclamation point.’ Hé. De usual suspects aan boord, Cronin, Moothart, Emmett Kelly, opgenomen in 2018 en gemixt door Steve Albini. Het laatste nummer is een soort Touch Me I’m Sick van Mudhoney, door een Stooges trechter." (Elpee-Groningen.nl)
""Three Bells" verraste met de zwaarste protopunk en progrock die Segall ooit opnam. Op "Possession" bevinden we ons muzikaal wederom voornamelijk in de periode 1968-1972, maar nu door orkestrale westcoastpop en -rock, die toch ook vol met proggy wendingen zit. Segall vindt zichzelf nooit opnieuw uit, toch maakte hij niet eerder een album als "Possession". Het geheel klinkt laagdrempelig door de sterke melodieën en frisse vintage productie – dat laatste lijkt een tegenstelling die Ty Segall-fans begrijpen. Het zomerse "Buildings" wordt rond een prettig Fender Rhodes-motiefje opgebouwd, "Skirts Of Heaven" is een leuke powerpopsong met blazers en in het jachtige "Alive" spelen strijkers hectische rockriffs. Segall liet de teksten grotendeels schrijven door filmmaker Matt Yoka, de poëtische storytelling is nogal anders dan de hart-op-de-tong-stijl van Segall, maar past wel bij de muziek en het tijdsbeeld dat Segall met "Possession" oproept. Ik reken ‘m gewoon weer goed." (OOR)
"Ty Segall hield zich een jaartje rustig, maar dan krijg je ook wat. Het vijftien songs tellende "Three Bells" duurt ruim een uur en is muzikaal ambitieus te noemen. De garagerocker – eigenlijk dekt dat de lading allang niet meer – uit San Francisco flirt al jaren met progressieve rock en protopunk en -metal uit pakweg 1969, en dat doet hij nu een heel album lang. Plaatopener "The Bell" begint als een akoestische folksong maar versnelt al snel, waarna er meerdere songsecties vol tempowisselingen, hinkstapritmes en miniatuur-gitaarriffjes volgen. In het rond een bezwerende gitaarmelodie opgetrokken "Void" voegt hij daar nog een stukje jazzrock aan toe, terwijl de onheilspellende sfeer en sound van de tragere tweede helft wel aan "I Want You" van The Beatles doet denken. Van het zompig groovende Eggman wordt halverwege de afspeelsnelheid vertraagd, waardoor de tekst nog wat luguberder wordt (‘You sit and rot, your mind with thoughts’)." (OOR)
"San Francisco's heetste 'punk hunk' brengt een liveplaat uit, die precies laat horen wat zijn band tot zo'n opwindende liveact maakt. Of Segall in 2014 met "Manipulator" nou wel of niet zijn voorlopige meesterwerk heeft gemaakt, daarover zijn de meningen verdeeld. De plaat laat samen met voorgangers "Twins" en "Sleeper" in ieder geval horen waar hij creatief toe in staat is en dat is best veel. Gelukkig maakt Segall live ook nog steeds graag ongecompliceerd lawaai met zijn band en hij heeft daarvoor steeds meer krakers achter de hand. Het betere beukwerk dus, maar hoor eens hoe lekker die band (met indieheld Mikal Cronin op bas) tegenwoordig draait. Rammen als een malle, maar er komen ook achteloos gespeelde dubbele gitaarsolo's van Segall en Charles Mootheart voorbij (in "Wave Goodbye"). Een optreden als een wervelwind, waarin ook knappe popsongs als "I Bought My Eyes" en "Feel" een bulldozer-makeover krijgen. Een liveplaat zoals het hoort: je ruikt het zweet en ziet de pit voor je." (John Denekamp, Oor)
Ty Segall ruilt ditmaal zijn fuzzpedaal in voor iets dat veel flueler en fragieler klinkt dan de stekelige, beukende uithalen die we vooral met de man associëren. De breuklijn is meteen hoorbaar op het kalmerende “Good Morning”, dat wiegend en zangerig de bloedmooie opener vormt van een setje nummers dat erg rudimentair en akoestisch opgebouwd is. Laagje na laagje krijgen ze vorm, met de vocals van Ty als schitterende kroon op elk werkstukje. Hello, Hi is een breekbare en minzame plaat die makkelijk een van de beste dingen is die Ty Segall in de afgelopen paar jaar verwezenlijkt heeft. De levenslust, de passie, de power en een peperkoeken hartje: alle vier stromen ze op de poepsimpel getitelde plaat samen om je doodleuk van je sokken te blazen, of dat nu in akoestische eenvoud gebeurt of in een moordende fuzzbui. (Jonas Rombout, Dansende Beren, 2022)|
Onze website en deze zoekfunctie is vernieuwd en we werken er op dit moment hard aan om de laatste puntjes op de i te zetten. Mis je bepaalde functionaliteiten, dan vind je hieronder tijdelijk nog de link naar oude zoekfunctie.